Clubkampioenschap 2012 – door André Deboeure

Zaterdag 25 augustus: Galgenweel

Het illustere oord heeft zijn naam niet gestolen: hier zal de titanenstrijd worden uitgevochten.

Vanaf 9u15, ruim voor het eerste startsein stromen de deelnemers toe en in een mum van tijd wordt het beton voor de loods bedekt met boten waarrond de deelnemers als mieren af en aan lopen met masten, zeilen, uitrusting en hun zenuwen.  Er worden grappen gemaakt, want dat lucht op.  Toch ook helpende handen alom want de strijd wordt straks beslecht, op het water.  Nu is er nog de clubkameraadschap al zal daar straks niets meer van te merken zijn.  Dan zal er enkel nog strijd geleverd worden; de ultieme strijd voor de ultieme trofee, voor de onsterfelijkheid van één jaar.

Het gespreksthema bij de voorbereidingen is niet van tactische aard.  Wat de zielen beroert, zelfs onrustig maakt is de weersvoorspelling.  Al lijkt het aanvankelijk nog mee te vallen, wanneer de eerste zeilen worden gehesen teistert het knetterende geluid van flapperend en klapperend, nog werkloos doek de membranen van menig gehoor.  De bijhorende maag doet wat vreemd en blikken worden naar het onrustige water gewend.  Het wordt niet alleen een onderlinge strijd, het zal vooral een strijd tegen deze gemeenschappelijke, externe vijand zijn.

Uiteraard worden fluisterend favorieten genoemd en pronostiekjes gewaagd.  Paul en Wim worden genoemd: het is hun weer.  Ook Senne en Natalie met hun mooie Snipe horen bij de tiercé, maar waait het niet te hard voor hen?  Bij de outsiders valllen regelmatig de namen van Joris en Dirk.

Nadat het uitermate ervaren comité de baan heeft uitgelegd – een traditioneel driehoek – lus parcours – en een superkorte briefing gaat de vloot het water op: lasers, ruim in de meerderheid, 2 snipes, 2 470’s, een 490, een 420 en een verloren gelopen OK, goed voor 16 gedetermineerde gladiatoren met hooggespannen verwachtingen.

Uit de algemene terugroep bij het eerste startschot blijkt de verbeten motivatie van de zeilers.  De tweede start verloopt vlekkeloos en behoedt het veld voor de zwarte vlag.  Aangezien er een vrolijk briesje staat kiest het comité steevast voor 2 rondes per manche.  Dat dit vrolijke windje verrassingen in petto houdt mogen een aantal bemanningen al snel ondervinden.  De straffe windstoten op onverwachte momenten slagen menige zeiler uit het lood en vooral uit evenwicht zodat ze node kennismaken met het lauwwarme water van de woelige plas.

Hieruit mag blijken dat de race niet zozeer een tactisch steekspel wordt maar eerder een survival of the fittest; of anders nog: wie recht blijft, of snel terug recht komt zal hoog eindigen.

Her en der worden op het parcours geweldige snelheden gehaald, ook en niet in het minst in het kapseizen.  Er gaat zelfs het verhaal van een zeiler die zowat uit zijn kantelende boot wipt.

Na de tweede manche hebben al heel wat deelnemers gezwommen en zien de alerte en alomtegenwoordige assistentieboten alle kanten van het weel.  Soms gaan boten gewoon aan de haal met hun machteloze opvarende, gone with the wind, als het ware.  Sturen is er niet meer bij, je kan beter uitstappen, wat een aantal onder ons dan ook prompt en gezwind doen.

Voor Eric loopt het helaas slecht af, tenminste voor zijn boot.  Een ongenadige windstoot geeft een te lang gemartelde mastvoet de genadeslag en meteen is het over.  We wensen de laser van Eric een succesvolle operatie en een spoedig herstel.  Is dit de ergste schade, ook andere boten krijgen hun deel te verwerken: een doorbuigende helmstok is niet meteen een geweldige hulp bij het sturen in een windvlaag.  Wie twijfelt, vraag even na bij Joris.

Tijdens de middagpauze wordt over de stand druk gespeculeerd.  Wie aan kop staat is niet duidelijk maar dat het close racing wordt des te meer.  Om het geheel nog wat kleur te geven steekt de wind nog een duchtig tandje bij.  Eén na één staken zeilers de strijd en vervoegen de hulpdiensten die van hot naar her over het water racen om onfortuinlijke zeilers met raad en daad en bemoedigende woorden bij te staan.

Voor de laatste manche besluit het comité om de lus, intussen het zwarte beest van een aantal overblijvende participanten uit het parcours te vervangen door een driehoek en dit tot groot jolijt van zij die hoopten hiervan te profiteren en wat minder de onderkant van hun schip te hoeven aanschouwen.  Het comité blijft echter onwrikbaar vasthouden aan de 2 rondes.  Wie deze uitputtende afvallingskoers wint zal tot een terechte, ongecontesteerde clubkampioen gekroond worden.

Hier en daar worden letterlijk en figuurlijk ook wonden gelikt.  Het zware werk begint zijn tol te eisen.  IJszakjes worden opgelegd en nogal wat zeilers proberen hun verkrampende spieren nog wat los te werken om het einde van de race te kunnen halen.

Hoeveel boten er het laatste fluitsignaal gehaald hebben, kan ik u niet vertellen maar wat ik wel weet is dat ik nooit eerder zoveel gekreun en gesteun heb gehoord bij het aftuigen.  Stramme en onwillige spieren die hun eigenaar erop wijzen dat een grens overschreden is en dat wilde stakingen zich aandienen om aanzienlijk betere werkomstandigheden te eisen.  Uiteraard worden deze eisen eerstdaags behandelt in een daarvoor bevoegde Kamercommissie.

U kunt zich zeker de geanimeerde gesprekken in het gezellige clublokaal voorstellen.  Maar dit keer geen overdrijving.   Ieder heeft het meegemaakt, ieder heeft het gezien en gevoeld.  Het woei echt hard en ieder had zo zijn technieken om overeind te blijven.

Even later kondigt de onvolprezen wedstrijdleider Hugo de uitslag aan en stelt de schitterende trofee voor.  Het lijstje wordt van onder naar boven afgewerkt en iedere deelnemer krijgt een welgemeend applaus, want ieder heeft zijn gevecht geleverd, tegen de wind, tegen het veld, tegen de boot, tegen zichzelf.  Dat sommigen hun meerdere hebben erkend in de onbarmhartige wind is allerminst een nederlaag.  Het is eerder het ootmoedig erkennen van een superieure macht waartegen kunnen en willen op deze dag nog geen kruid gewassen is.  Maar wie weet, volgend jaar, na oefening en training, lukt het wel.

Het podium dan: op plaats drie: Paul en zoon Stijn in 470.  Snel, technisch vaardig en klaar kijkend.  Maar de handicap van de 470 is zwaar.  Op plaats twee: Senne en Natalie, oververdiend, uitermate goed gezeild maar zij overtraden die ene ontegensprekelijke wet van de solidariteit.  Als enige bemanning die niet zwommen kunnen zij uiteraard geen aanspraak maken op de zege.

Deze ultieme zege gaat  oververdiend naar Wim die autoritair, regelmatig in alle manches, rustig, beheerst, snel en efficiënt de race naar zijn hand zette en het minst tijd verloor na het kapseizen.  Proficiat!

Traditioneel sluiten we de feestelijkheden met een boergondisch gelag.  Spijs en drank en gezelligheid aan tafel waar de samenhorigheid opnieuw de plaats inneemt van de rivaliteit op het water.

Nog een laatste woord van waardering en dank aan het wedstrijdcomité, de reddingsdienst, de dames die het buffet voorbereidden en de vermoeide zeilers met bemoedigende woorden ontvingen en al wie die ik zou hebben vergeten te noemen.  Nu wacht mij een warm bad, afgedwongen door het paritair comité van spieren en pezen ter compensatie van de geleverde inspanningen.

Goeie wind aan allen.

André

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.